Gordijnen hang je het best op een afstand van 8 tot 15 centimeter van de muur. Die marge geldt voor de meeste situaties, maar de exacte afstand hangt af van het gewicht van de stof, de plooidiepte en het type rails of roede dat je gebruikt. Houd je de gordijnen te dicht bij de muur, dan kunnen ze er tegenaan schuren of slecht vallen.
Waarom de afstand van gordijnen tot de muur ertoe doet
Als gordijnen te dicht bij de muur hangen, hebben ze geen ruimte om goed te ploooien. Zware of dikke gordijnen zoals fluweel of linnen hebben diepere plooien dan lichte vitrage. Die plooien hebben letterlijk ruimte nodig om naar achteren te kunnen vallen. Zit de rails te dicht op de muur, dan gedragen de plooien zich niet, en valt het geheel er lelijk bij.
Een tweede reden is praktisch: gordijnen die de muur raken, kunnen verkleuringen of schuursporen achterlaten, zowel op de stof als op de muur zelf. Zeker bij een geverfd of behangt oppervlak wil je dat voorkomen.
Hoe ver gordijnen van de muur: richtlijn per situatie
De afstand van 8 tot 15 centimeter is een gemiddelde. Hieronder zie je wanneer je aan welk uiterste zit:
- Lichte gordijnen of vitrage: 8 tot 10 centimeter is voldoende. De plooien zijn ondiep en de stof is licht van gewicht.
- Middelzware gordijnen (katoen, polyester): reken op 10 tot 12 centimeter voor een nette val.
- Zware gordijnen (fluweel, linnen, verduisteringsgordijnen): 12 tot 15 centimeter geeft de stof genoeg ruimte voor diepe, volle plooien.
Heb je gordijnen met een extra diepe plooi of een wave-gordijn met een hoge golfhoogte? Houd dan zeker de bovenkant van die 15 centimeter aan, of soms zelfs iets meer. Bij een wave-systeem bepaalt de golfbreedte mede hoeveel diepte je nodig hebt.
Rekening houden met de vensterbank en radiator
De muur-gordijnafstand bepaal je niet alleen vanuit de muur, maar ook vanuit wat er tussen de muur en het raam zit. Staat er een radiator onder het raam, dan wil je voorkomen dat de gordijnen de warmte blokkeren. In dat geval is het soms beter om de rails juist dichter bij de muur te hangen, zodat de gordijnen in de nis vallen en de warmte vrij kan circuleren. Dat is een uitzondering op de algemene richtlijn.
Heb je een diepe vensterbank? Dan kan het helpen om de rails iets naar voren te plaatsen zodat de gordijnen langs de vensterbank vallen in plaats van erachter. Zo oogt het raam optisch groter en hangt het gordijn strakker.
Praktisch: hoe meet je de juiste afstand af?
Meet de afstand altijd vanuit de muurzijde van de rails of de roede, niet vanuit de voorkant. De beugel of steun zit aan de achterkant van de rail. Het gaat erom hoeveel ruimte de stof heeft tussen de muur en de vouwlijn van de plooi.
Een handig hulpmiddel: pak een stuk stof van het gordijn dat je wilt ophangen en leg het dubbel gevouwen op een vlakke ondergrond. Meet hoe diep de plooi wordt als je de stof op de gewenste manier samenhoudt. Dat getal is je minimumafstand tot de muur.
Gebruik je een gordijnrails met een muurbeugel, dan bepaalt de lengte van die beugel de afstand. Beugels zijn verkrijgbaar in lengtes van ongeveer 5 tot 20 centimeter, zodat je precies kunt instellen wat je nodig hebt.
Kort samengevat: houd voor de meeste gordijnen een afstand van 10 tot 12 centimeter aan, en werk van daaruit naar boven of beneden afhankelijk van het gewicht en de plooidiepte van de stof. Dat geeft in verreweg de meeste woonkamers een nette, professionele gordijnval.



