Gordijnen opmeten: zo doe je het stap voor stap

Gordijnen opmeten doe je door de breedte en hoogte van het raam of de ophangplek te meten, en daar een vaste marge bij op te tellen. Doe je dit verkeerd, dan hangen je gordijnen te kort, te smal of juist te ruim. Hieronder vind je een helder stappenplan met de juiste maten.

Wat je nodig hebt voor het opmeten

Zorg voor een rolmaat of meetlint, een potlood en papier. Meet altijd twee keer, zodat je zeker weet dat de maat klopt. Doe je het met een vouwmeter? Leg die dan strak langs de wand of het plafond, niet scheef.

Gordijnen opmeten: het stappenplan

Volg deze stappen voor een goede meting:

  1. Bepaal de ophangpositie. Hang je gordijnen aan een roede of aan een rail? Meet de hoogte van dat punt tot de vloer (of tot de plek waar je het gordijn wilt laten eindigen).
  2. Meet de breedte van de rail of roede. Neem de volledige lengte van de roede, niet alleen de breedte van het raam zelf. De roede steekt aan beide kanten vaak iets uit voorbij het raamkozijn.
  3. Meet op meerdere plekken. Meet de hoogte op links, in het midden en rechts. Vloeren en plafonds zijn niet altijd volledig waterpas. Gebruik de kleinste meting als uitgangspunt, zodat het gordijn nergens de vloer raakt als dat niet de bedoeling is.
  4. Tel de marges op. Voor een vloerlang gordijn tel je meestal 1 tot 2 cm af zodat het gordijn net niet over de vloer sleept, tenzij je bewust een sleep wilt. Voor een gordijn dat eindigt boven de vensterbank tel je ook een marge in.

De juiste breedte berekenen

Voor een mooi vol gordijn dat goed plooiert, neem je de breedte van de rail en vermenigvuldig je die met een factor. Gebruik je plooigordijnen, dan reken je doorgaans 1,5 tot 2 keer de railbreedte als stofbreedte. Voor oogjesgordijnen is 1,5 tot 1,8 keer de railbreedte gebruikelijk.

Voorbeeld: je rail is 200 cm breed en je wilt plooigordijnen. Je hebt dan minimaal 300 cm stofbreedte nodig (200 x 1,5). Bestel je twee losse gordijnen, dan is elk paneel dus minimaal 150 cm breed.

Hoogte: vloerlang of tot de vensterbank?

Dit is een keuze die je van tevoren maakt, want beide opties geven een ander resultaat. Vloerlange gordijnen ogen statig en laten een kamer groter lijken. Gordijnen tot de vensterbank zijn praktischer als er een radiator onder het raam staat of als kinderen aan de gordijnen kunnen trekken.

  • Vloerlang: meet van ophangpunt tot vloer, trek 1 à 2 cm af.
  • Tot vensterbank: meet van ophangpunt tot bovenkant vensterbank, trek 1 cm af zodat het gordijn er netjes boven hangt.
  • Sill-length (half raam): meet van ophangpunt tot het gewenste eindpunt, houdt rekening met 2 tot 3 cm speling.

Veelgemaakte fouten bij het opmeten

Een bekende fout is meten vanaf de bovenkant van het raamkozijn in plaats van vanaf het ophangpunt. Hang je rail of roede al op voordat je meet, dan weet je zeker dat je het juiste punt gebruikt. Een andere fout is vergeten dat de gordijnring of het haakje zelf ook hoogte inneemt. Afhankelijk van het type ring of haakje verlies je 2 tot 6 cm. Check dit bij je leverancier of meet het zelf na aan een voorbeeldring.

Ook vergeten mensen de breedte van de roede aan beide kanten mee te nemen. Als de roede 10 cm aan elke kant uitsteekt buiten het raam, mis je in totaal 20 cm als je alleen het raam opmeet.

Met een goede meetlat, de juiste marges en aandacht voor de ophangmethode kom je altijd uit op een gordijn dat precies past. Twijfel je bij een afwijkende raamvorm of een schuine wand? Meet dan twee keer op verschillende punten en ga altijd uit van de kortste maat.